Het is niet gemakkelijk om een groentje te zijn: de stiekeme coöptatie van postmoderniteit

Het is niet gemakkelijk om een groentje te zijn: de stiekeme coöptatie van postmoderniteit

door Dan McLintock; vertaald door Pleun Vermaas – leestijd 7 minuten.

In zijn boek ‘Integrale Spirituality’ duikt Ken Wilbur dieper in het bewustzijn en hoe het evolutionair gezien allemaal werkt. Om dit duidelijk te maken zet hij een intigrerend model uiteen van de evolutie van de afgelopen 250 duizend jaar. Elk ontwikkelingsniveau (of elke hoogte) heeft een bepaalde kleur, zoals hier (in het Engels) te zien is in bijgevoegd overzicht. Maar ik zal een korte samenvatting geven van de eerste paar kleuren/niveaus, want het niveau dat ik echt graag wil bespreken is dat waar het merendeel van ons, wij de ‘spirituele persoontjes’, inzit en worstelt om uit te breken, namelijk de postmoderne fase (Engelstalige link).

Bewustzijn en zijn ontwikkeling in verschillende fasen

Omwille van de tijd en het belang van het onderwerp, zal ik maar beginnen met het rode ‘tribale’ niveau. Dat waart pakweg de laatste 15.000 jaren rond. Impulsiviteit en egocentrisme, dat is wat dit niveau kenmerkt. Bij de mensen die hier zijn aanbeland draait het om macht, onmiddellijke beloning, de baas zijn, winnen en domineren. Denk aan helden van weleer: koningen, landheren, punkers, bendeleiders of 2-jarige kinderen: “Ik ben twee en ik zeg nee”.

Het volgende is het amberkleurige ‘traditionele’ niveau, dat 5000 jaar geleden om het hoekje kwam kijken. Zowel religieus fundamentalistisch als vaderlandslievend, diegenen op dit niveau hebben er helemaal geen problemen mee om zichzelf op te offeren voor een hoger doel. Denk aan voor God of voor het Vaderland. Voor lieden die op dit niveau zitten, zijn dit de pijlers die ertoe doen. Voor hen draait het om de ander (en zichzelf) onder controle houden door in te spelen op schuldgevoel, zwart-wit denken en een sterk gevoel van goed en kwaad. Het uit zich in hun gedrag en hun perspectief op de wereld. Denk aan Amerika, land van de puriteinen, denk aan het Engeland van Charles Dickens of de calvinisten in Nederland.

Gaan we verder naar het oranje ‘moderne’ niveau, dat om en nabij 300 jaar geleden voor het eerst opdook. Succes en autonomie zijn hier de sleutelwoorden. Deze lieden zijn kapitalischer en meer wetenschappelijk in hun denken dan hun amberkleurige buurtjes. Bij deze oranje luitjes draait het om doelen stellen en behalen, resultaatgericht als ze zijn. Maar ook om de geheimen van moeder aarde te benutten om zo het ‘goede leven’ te kunnen genieten. Denk aan Ayn Rand, Wallstreet, kolonialisme of Rodeo Drive of dichter bij huis: de Kalverstraat in ons eigen Amsterdam.

Het postmoderne groene niveau

Dan komen we nu aan bij het relatief nieuwe, postmoderne groene niveau. Dit begon eind jaren ’60, ruwweg 50 jaar geleden, een rol te spelen. Dit ontwikkelingsniveau kenmerkt zich door een paar hele mooie en aangrijpende principes zoals: gelijkwaardigheid, saamhorigheid, harmonie, compassie en gevoeligheid. Het staat aan de vooravond van een aantal invloedrijke vormen van spiritualiteit. Ze hebben geleid tot enkele van de grote progressieve sociale bewegingen van de late 20e eeuw en hebben hiermee veranderingen bewerkstelligd waarvan de invloed doorwerkt tot op de dag van vandaag.

Persoonlijk ben ik het gros van mijn volwassen jaren gematigd liberaal ‘groen’ geweest. Ik ben opgevoed door ouders die nog net uit de hippietijd kwamen. Mijn vader, een marinepiloot, werd gewetensbezwaarde en mijn moeder, een kind van alcoholisme, werd een huis- tuin- en keuken-christen. Ze waren alle twee fanatieke participanten in diverse protestbewegingen (zoals burgerrechten, voor de vrede en milieubewustzijn). Ze waren ook beide zeer getraumatiseerd waardoor ze gedurende het merendeel van mijn jeugd niet bewust waren van hun onderliggende pijn. Wat logischerwijs betekende dat veel van dat onbewuste niet-wakker-zijn, problemen uit voorgaande generaties en patronen, ook in mij voortleefden.

Als jong volwassen man droeg ik al sinds ik een kind was geconditioneerde verhalen met mij mee – verhalen over dat er in de kern iets mankeert (noot vertaler: Core Deficiency Stories, zoals Scott Kiloby ze noemt). Zo geloofde ik dat ik een ongewenst kind was en er niet toe deed. Tot ik kennis maakte met die groene principes en de mensen die ze bij mij introduceerde. Dit waren nou mensen die echt zorgzaam waren en om een ander gaven. Geen wonder dat ik me er zo toe aangetrokken voelde! Ze luisterde, leefde mee, vingen me op en niet te vergeten zouden zij altijd klaar staan om het samen met mij tegen onze gemeenschappelijke vijand op te nemen. (Wat, zo ontdekte ik later, mijn grootste verslaving was: een vijand hebben, oftewel leven vanuit het perspectief van een slachtoffer en daar last van hebben.)

Stiekeme coöptatie

Ik zal nooit ofte nimmer een van de bovenstaande groene ideeën/concepten naar de prullenbak verwijzen. Tot op de dag van vandaag heb ik deze waarden hoog in het vaandel en beschouw ik ze als noodzakelijk. Maar…, want er is een maar, ik waarschuw je eveneens oprecht voor die waarden, want als deze waarden gecoöpteerd worden door het ego, als het ego ze gaat gebruiken voor zijn plannetjes, dan kunnen diezelfde ideeën ineens diepe valkuilen worden. De ideeën worden dogma’s, aangedreven door onderdrukte en onbewuste pijn/lijden. Als dit gebeurt kunnen zelfs concepten als liefde en gelijkheid ingezet worden als wapens in de strijd, alhoewel het vaak onbewust gebeurt. Meestal heeft de persoon zelf er geen erg in, maar valt hij ten prooi aan conditionering. Als deze stiekeme coöptatie van ideeën/concepten door het ego plaatsvindt, dan zijn de groentjes volgens Wilbur ‘ziek geworden’.

We kennen het allemaal wel: straffen onder het mom van “Ik doe dit alleen omdat ik van je hou, het is voor je eigen bestwil.” Je hoort zelden of nooit dat iemand zegt: “Ik doe dit alleen omdat ik gestraft en geconditioneerd ben om mezelf regelmatig te straffen en daardoor ben ik genoodzaakt om jou hetzelfde aan te doen (en anderen evenwel), alles uit naam van de liefde.” Wij, zieke groentjes, zijn meesters in het onbewust onder het tapijt vegen. Zo maskeren we onze pijn en dwangmatigheid om te straffen en te domineren. We doen dit door gebruik te maken van, als rechtschapen beschouwde, filosofieën als ‘gerechtigheid’, ’emancipatie’ en ‘eigen verantwoordelijkheid’. Het heeft er alle schijn van dat we dit, dit ‘programma’, met heel veel medestanders al heel lang automatisch afdraaien, net zoals een drukpers. We zijn in onze eigen kopij gaan geloven. Enfin, ik heb dat zelf een hele lange tijd gedaan. En hoewel het raar genoeg ook een beetje verdovend was, deed het vooral ontzettend veel pijn en uiteindelijk ondermijnde ik mezelf volledig.

De gemene groentjes

Priester Richard Rohr schrijft: de combinatie van onbewuste arrogantie en individualisme zorgt ervoor dat mensen in deze fase stagneren. Het lijkt erop dat we net genoeg verlichting hebben geproefd om ieder ander onder ons af te doen als zijnde naïeveling. En tegelijkertijd vinden we het idee dat iemand anders slimmer zou zijn dan wij onvoorstelbaar. De mystieke, non-duale niveaus zijn absurd in de ogen van wetenschappelijke en ontwikkelde groentjes. Wilber noemt dit ook wel het ‘Platland’ (verwijzend naar het boek van Edwin A. Abott) omdat het zowel hogere als lagere niveaus minacht. ‘Gemene groentjes’ zullen hun afgescheidenheid en superioriteit niet opgeven. Hun ego zwaait nog altijd de scepter.

Wie bekend is met de bijbel kent het verhaal van de verloren zoon en zijn van wrok doortrokken oudere broer. De oudere broer martelt zichzelf in wezen om het ‘goede’ te doen, om zo de zegen van zijn vader verkrijgen (terwijl zijn jongere rebellerende broertje het tegenovergestelde omarmt). Goedkeuring is het medicijn en is algemeen verkrijgbaar als we de rol geloofwaardig spelen. Zoals T.S Eliot zegt: “De laatste acte is het grootste verraad om het goede te doen voor de verkeerde reden. Dat is het lot van de ‘zieke groentjes’, maar meestal zijn we ons hier niet van bewust. We weten het niet en we zien het niet.

Archetypes van diegenen die op dit groene niveau vastzitten, zijn bijvoorbeeld de klassieke AI-Anon-leden (noot vertaler: een gemeenschap van verwanten en vrienden van alcoholisten). Doorgaans identificeren zij hun aan alcohol verslaafde familielid (en alle anderen om zich heen) als zijnde ‘het probleem’ en vervolgens zetten zij zichzelf als martelaar weg om grip te krijgen op het verslaafde familielid en hem of haar te manipuleren. Ik bezocht eens een evenement van Byron Katie. Ik ontmoette haar na afloop en vertelde haar dat ik haar methode jarenlang met diverse mede AI-Anon-leden (partners of kinderen van alcoholisten) had gedaan. Zonder te aarzelen reageerde ze meteen: “Och die arme stakkers toch! Ze zijn er nog erger aan toe dan de alcoholisten.” En dat zijn we ook! Wij kunnen doorgaans niet eens zien hoe zeer we verslaafd zijn aan ons lijden (en aan anderen die lijden). De alcoholisten hebben er tenminste een idee van hoe zeer zij zelf lijden en zij hebben een oplossing gevonden, al is het een tijdelijke!

Een ander voorbeeld van de ‘groene ziekte’ vormen natuurlijk de meer radicaal links georiënteerden. Die mensen die gelijkheid, mededogen en acceptatie eisen met zo’n zelfde autoritaire en bestraffende air die ze juist bij hun conservatieve vijanden verafschuwen; om vervolgens geschokt of verontwaardigd te zijn als ze een weerwoord krijgen. Toen ik dieper in mijn eigen deprogrammering van het zieke groene perspectief dook, begreep ik met tegenzin door welke eigenschappen, van mij en van anderen die nog radicaler links zijn, mijn rechtse vriendjes en familie werden afgeschrikt: ons gebrek aan integriteit. Dat was een behoorlijk gênante ontdekking.

Ergens

Ik merk nog steeds dat ik niet gemakkelijk over dit alles praat. Waarom?

  1. Omdat ik zelf nog bezig ben uit de pijn van het slachtofferschap van deze fase te klimmen;
  2. Ik me nog herinner hoe van streek ik raakte en zelfs boos werd als een ander me voorzichtig poogde te zeggen dat mijn beeld van de wereld, mijn perspectief en politiek wellicht voort kwamen uit pijn en het daardoor een oneerlijke voorstelling van zaken was. En zo was het ook

Aangezien ik zelf ook door deze fase heen ben gegaan is het pijnlijk duidelijk, ja haast gênant zelfs, om andere mensen in deze modus te zien worstelen en hangen.

Ik wil zo helder zijn als ik kan: ik zeg hiermee niet dat de groene fase van ontwikkeling en herstel geen belangrijke en noodzakelijke stap is. Vooral niet voor mensen die vreselijk misbruikt of getraumatiseerd zijn; of het nou om fysiek, mentaal, emotioneel, spiritueel of seksueel misbruik gaat. Het hebben van een veilige haven, waar je je geheimen kunt onthullen, je pijn kunt delen, je je gesterkt voelt om erover te praten en contact te maken met anderen die net als jij door dezelfde hel zijn gegaan, is waarschijnlijk gedeeltelijk de reden dat ik nog steeds leef. Net als voor veel van mijn vrienden, die nog ergere dingen hebben meegemaakt. Ook ga ik niet zeggen dat teru gaan naar het rode, ambere, of oranje niveau de oplossing is. Conservatisme, materialisme, groepsdenken en dominantie vind ik echt niet meer van deze tijd. Alles wat op overtuigingen/gedachten is gebaseerd is nogal prehistorisch eerlijk gezegd.

Waar ik je voor wil uitnodigen is om je daar niet te nestelen (tenzij het zo is dat je daar het liefste bent; in dat geval: “Veel succes, ik houd van je en ik laat je je eigen gang gaan. Ciao!👋🏻”). Ik doe in ieder geval een beroep op ons allen om te overwegen om door te klimmen. En om andere mensen uit te nodigen met ons mee te gaan. Hoe doen we dat? Door middel van inquiry of deprogrammering. Laten we ergens anders heen gaan, ergens in het groen/blauwe of turquoise gebied op de kaart van Wilber (Engelstalig).

Ergens, helemaal gespeend van bouwen op overtuigingen, daar is een veld waar we elkaar ontmoeten vanuit gewaarzijn; onze natuurlijke staat, zoals we die kende als kind. Waar we toegang hebben tot echte liefde, acceptatie en mededogen, zonder al die stiekeme wederzijdse afhankelijkheid van anderen en zonder de martelaar uit te hangen (beide zijn ons aangeleerd en kunnen ook weer afgeleerd worden).

Ergens zijn we allemaal al vrij van onze programmering en pijn.

Ergens “… op de rode heuvels van Georgia”, zou Dr. Martin Luther King zeggen.

Het Groene voorbij

Rohr vervolgt: “Die een procent van de mensen die het Groene niveau overstijgt, gaat verder naar het tweede niveau, ook wel de Zijnsniveaus genoemd. Maar om daar te komen ondergaan ze de ego-dood. En dat is geen pretje. Het is een soort Duistere Nacht-ervaring waar je zelf helemaal geen grip op hebt. Dan weten ze dat het groene ideaal van pluralistische gelijkheid niet de heilige graal van verlichting is. Toch gooien ze die mooie en noodzakelijke waarden van mensenrechten, gelijkheid en menselijke waardigheid niet uit het raam. Het Groene niveau is de grootste stap voorwaarts van de afgelopen vijftig jaar. Maar pas op! We zijn nog niet klaar.”

Ik durf te stellen dat die Duistere Nacht-ervaring/dood en het overstijgen van het zieke groentje niet echt een proces is van een ongeleid projectiel. We hebben er wel degelijk invloed op. Als we echt willen evolueren naar liefde/gewaarzijn, het werkelijke eenheidsbewustzijn en ervoor kiezen om ons te onthouden van ons verslaafd zijn aan lijden, kunnen we er bewust voor kiezen om verder te gaan met deprogrammeren. Het enige wat nodig is, is de bereidwilligheid om met behulp van inquiry jezelf radicaal te vergeven (en zodoende de ander). Dit alles om te onderzoeken en er achter te komen waar we de mist ingingen (hint: het is waar we lijden). Immers: de mate waarin we het mis mogen hebben is de mate waarin we vrij kunnen zijn.

Als dit het bovenstaande je aanspreekt en je wilt jouw programma van jarenlange overtuigingen/identiteiten/lijden aan verslavingen graag resetten, dan begrijp ik volkomen waar je doorheen bent gegaan. Ik zal alles doen wat ik kan om je te helpen jezelf te vertrouwen en eindelijk vrij te zijn.

Ik heb je lief, wat je ook beslist.

Dan
dmclintock1980(Replace this parenthesis with the @ sign)gmail.com (in het Engels)